RAAD VAN TOEZICHT VAN DE ORDE VAN ADVOCATEN IN HET
ARRONDISSEMENT MIDDELBURG
STAGEREGLEMENT 2008
· Gelet op de door de contactpersonen opleiding van alle Raden van Toezicht in vergadering van 19 maart 2002 te Utrecht gemaakte afspraken om te komen tot landelijke harmonisatie van de locale opleidingsverplichtingen;
· Gelet op artikelen 9b en 26 van de Advocatenwet en het bepaalde in de Stageverordening 2005;
Stelt de Raad van Toezicht in het arrondissement Middelburg het volgende reglement vast:
ALGEMEEN
Artikel 1
lid 1
Voordat de beëdiging van de stagiaire tot advocaat kan plaats vinden, dient de patroon aan de Raad van Toezicht schriftelijk te verzoeken het patronaat goed te keuren. De patroon doet daarbij opgave van zijn eigen beëdigingsdatum en het aantal en de identiteit van de stagiaires over wie hij het patronaat al uitoefent, alsmede het aantal juridische medewerkers (niet zijnde advocaten) die hij in het bijzonder begeleidt. De patroon heeft een P.O.-cursus voor patroons gevolgd of zal deze cursus binnen zes maanden na het begin van de stage volgen. Afschrift van het bewijs van deelneming wordt aan de secretaris van de Raad van Toezicht verstrekt. Er dient gebruik te worden gemaakt van het formulier “Verzoek goedkeuring patronaat”, zoals gehecht aan dit Stagereglement als bijlage 1. De patroon bespreekt met de stagiaire voor het begin van de stage het stagereglement.
lid 2
Bij of naar aanleiding van het verzoek tot goedkeuring van het patronaat dient de patroon en/of de stagiaire een exemplaar van de overeenkomst, die hun materieelrechtelijke verhouding regelt, aan de Raad van Toezicht ter inzage te geven.
Indien deze overeenkomst gedurende de stageperiode wordt gewijzigd, wordt onverwijld een afschrift van deze overeenkomst aan de Raad van Toezicht gezonden.
lid 3
Indien de stagiaire op het kantoor van de patroon werkzaam zal zijn, dient de in lid 2 bedoelde overeenkomst in principe een arbeidsovereenkomst te zijn.
lid 4
De Raad van Toezicht zal aan het patronaat de goedkeuring onthouden indien de in lid 2 bedoelde overeenkomst bepalingen bevat, die met het oog op de belangen van de stagiaire onredelijk zijn.
lid 5
De in lid 2 bedoelde overeenkomst – indien het een arbeidsovereenkomst is – dient in de regel (mede) te bepalen:
a) dat de vergoeding voor de werkzaamheden van de stagiaire tenminste gelijk zal zijn aan de meest recente versie van de door de Nederlandse Orde van Advocaten gepubliceerde Richtlijn arbeidsvoorwaarden stagiaires.
b) welke kosten, voortvloeiende uit de status van advocaat en uit de verplichte deelname aan de opleidingsmaatregelen, ten laste komen van de stagiaire dan wel van de patroon. Artt. 11 en 12 van de Richtlijn arbeidsvoorwaarden stagiaires moeten in acht worden genomen.
De in lid 2 bedoelde overeenkomst – indien het géén arbeidsovereenkomst is – dient in de regel te bepalen:
dat de overeenkomst door de patroon gedurende de stage slechts beëindigd kan worden op grond van zwaarwegende omstandigheden en na voorafgaande toestemming van de Raad van Toezicht.
lid 6
Indien de overeenkomst, zowel wanneer het een arbeidsovereenkomst is als wanneer het een andere overeenkomst is, een concurrentiebeding bevat zal dit, behoudens bijzondere omstandigheden, niet verder mogen strekken dan een concurrentieverbod voor de duur van een jaar voor de gemeente waar het advocatenkantoor is gevestigd.
Er is onder meer sprake van bijzondere omstandigheden als de stagiaire reeds elders ruime ervaring als jurist en/of op andere wijze specialistische kennis heeft opgedaan en om die redenen is aangetrokken. De Raad van Toezicht kan in een dergelijk geval goedkeuring hechten aan een beding van langere duur, mits het belang van het kantoor van de patroon aannemelijk wordt gemaakt en de Raad van Toezicht vóór het sluiten van het contract tussen patroon en stagiaire de gelegenheid krijgt het beding te toetsen.
Voorts zal de overeenkomst een bepaling dienen te bevatten, inhoudend dat geschillen met betrekking tot een overeengekomen beding in voormelde zin bij wege van bindend advies door de Raad van Toezicht zullen worden beslecht.
lid 7
Bij het verzoek tot goedkeuring van het patronaat over een stagiaire, die voor eigen rekening en risico de praktijk gaat uitoefenen op het kantoor van zijn patroon, dient door de stagiaire bij de Raad van Toezicht te worden aangetoond dat er:
a) een deugdelijke financieel overzicht bestaat van de te verwachten inkomsten en uitgaven gedurende de gehele stageperiode, inhoudende dat de praktijkvoering op financieel verantwoorde wijze kan geschieden;
b) de beschikking is over een vrij krediet of liquide vermogen ter hoogte van het bruto minimumloon over één jaar, vermeerderd met de praktijkkosten over één jaar;
c) sprake is van een behoorlijke inventaris, voldoende vakliteratuur en doelmatige communicatiemiddelen;
d) een voldoende verzekering is afgesloten tegen het risico van beroepsaansprakelijkheid;
e) sprake is van een adequate arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de duur van de stage.
Artikel 2
De patroon zal het patronaat niet kunnen uitoefenen over meer dan twee stagiaires. Wanneer de patroon belast is met de bijzondere begeleiding van één of meer juridische medewerkers, niet zijnde advocaten, is de Raad van Toezicht gerechtigd om – afhankelijk van die belasting – van het in eerste zin van dit artikel geregelde af te wijken.
Artikel 3
lid 1
De Raad van Toezicht kan aan de goedkeuring van een patronaat nadere voorwaarden verbinden.
lid 2
Goedkeuring kan aan een patronaat onder meer worden onthouden als de beoogde patroon naar het oordeel van de Raad van Toezicht op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet en de daarop gebaseerde regelgeving respectievelijk het gedrags- en/of tuchtrecht heeft gehandeld of handelt, dat de vrees bestaat dat er onvoldoende waarborgen voor een goede invulling van het patronaat zullen zijn.
VERPLICHTINGEN PATROON EN STAGIAIRE
Artikel 4
lid 1
De stagiaire is verplicht de door de patroon te geven begeleiding loyaal te aanvaarden.
lid 2
Wanneer er een klacht tegen de stagiaire wordt ingediend zal de patroon de stagiaire de nodige bijstand verlenen.
Artikel 5
lid 1
De patroon begeleidt de stagiaire overeenkomstig het bepaalde in de Stageverordening, meer speciaal artikel vijf van die verordening en het bepaalde in het Stagereglement.
lid 2
De patroon stelt de stagiaire in de gelegenheid om, naast het volgen van de Beroepsopleiding, aan de onderstaande opleidingseisen voor stagiaires te voldoen gedurende de stage:
a) VSO-cursussen met een totaal van tenminste 40 opleidingspunten;
b) Twaalf vakinhoudelijke opleidingspunten, door de stagiaire te behalen door het volgen van een extra VSO-cursus van de Orde, OSR of CPO-KUN, cursus(sen) uit de Permanente Opleiding of Jonge Balie cursussen, waarbij de aanwezigheid van de stagiaire is geregistreerd;
c) Achttien vrije opleidingspunten, door de stagiaire te behalen door het volgen van een extra VSO-cursus, cursus(sen) uit de Permanente Opleiding, Jonge Baliecursussen of cursussen georganiseerd door een arrondissementale opleidingsstichting of te behalen middels deelname aan (kantoor)cursussen, lezingen, parket-, rechtbank- of deurwaarderstages of andere (Jonge Balie) activiteiten die door de Raad van Toezicht zijn aangemerkt als opleiding voor stagiaires, en waarbij de aanwezigheid van de stagiaire is geregistreerd;
d) Vier opleidingspunten, door de stagiaire te behalen onder de noemer “pleidooi”. Voorts wordt één opleidingspunt toegekend voor het bijwonen van de pleitwedstrijd door de stagiaire die niet aan de pleitwedstrijd deelneemt. Dat punt kan worden ingebracht onder de vrije opleidingspunten;
Hierbij dient rekening te worden gehouden met de door de Raad van Toezicht binnen bovengenoemd kader gestelde nadere eisen, zoals het bijwonen van de door de vereniging De Jonge Balie georganiseerde lezingen en excursies. Uitgangspunt daarbij is dat iedere juridisch inhoudelijke opleidingsactiviteit van de Jonge Balie telkens een punt oplevert. Actieve deelname aan een door de Raad van Toezicht erkende pleitwedstrijd levert twee punten op.
lid 3
Behoudens ontheffing door de Raad van Toezicht is de stagiaire verplicht alle opleidingsmaatregelen bij te wonen en de patroon van die bijwoning op de hoogte te stellen.
lid 4
De patroon ziet er meer in het algemeen op toe dat de stagiaire de aan hem in het kader van de opening gestelde verplichtingen nakomt en maakt daarvan melding op het in artikel zeven genoemde stageverslag. In dat verslag geeft de patroon ook aan welke opleidingsmaatregelen door de stagiaire zelf zijn gevolgd en ook welke niet; dit laatste met reden van verhindering en de datum waarop overeenkomstig lid 3 van dit artikel ontheffing is verkregen.
lid 5
Het niet voldoen aan bovenstaande eisen is in beginsel voor de Raad van Toezicht aanleiding om de afgifte van een stageverklaring te weigeren.
lid 6
De Raad van Toezicht kan ten opzichte van stagiaires die niet aan de eisen hebben voldaan, nadere voorwaarden stellen alvorens tot de afgifte van een stageverklaring over te gaan.
Artikel 6
De patroon draagt zorg dat de stagiaire lid is van de vereniging de Jonge Balie en dat hij zoveel mogelijk aan haar activiteiten deelneemt. Dit geldt ook voor de niet verplicht gestelde activiteiten, zoals bijwonen excursies, lezingen, landelijk congres. Voorts bevordert de patroon dat de stagiaire de jaarvergaderingen van de landelijke en plaatselijke Orde bijwoont.
Artikel 7
lid 1
De patroon brengt tenminste eenmaal per jaar aan de Raad van Toezicht schriftelijk verslag uit omtrent het verloop van de stage. De patroon gebruikt daartoe het hem door de Raad van Toezicht verstrekte formulier.
lid 2
De patroon bespreekt de inhoud van ieder stageverslag vooraf met de stagiaire, behalve voor zover hij enig gedeelte om gewichtige redenen daarvan uitzondert. In dit laatste geval zal de patroon van deze uitzondering en van zijn motivering aan de Raad van Toezicht mededeling doen. Indien de Raad van Toezicht geen gewichtige reden aanwezig acht, geeft hij de patroon in overweging om het uitgezonderde gedeelte alsnog met de stagiaire te bespreken.
lid 3
De portefeuillehouder opleiding van de Raad van Toezicht zal met betrekking tot iedere stagiaire een dossier aanhouden, waarin gegevens worden verzameld over de wijze waarop deze zijn stage vervult.
lid 4
Aan de stagiaire wordt aan het begin van de stageperiode de portfolio voor advocaatstagiaires uitgereikt. Deze portfolio wordt door de stagiaire en de patroon bijgehouden voor de jaarlijkse evaluatie van de professionele ontwikkeling van de stagiaire.
Artikel 8
lid 1
De patroon verschaft de stagiaire een zo ruim mogelijk inzicht in de verschillende aspecten van de praktijkoefening. De patroon stelt de stagiaire in staat om met betrekking tot zoveel mogelijk rechtsgebieden ervaring op te doen.
lid 2
De patroon dient voorts bijzondere aandacht te schenken aan het door de stagiaire opdoen van kennis en ervaring ter zake van de organisatie van het kantoor, de wijze van inrichting van de administratie en boekhouding en de financiële afwikkeling der zaken, daaronder begrepen de wijze van declareren.
lid 3
De stagiaire wordt regelmatig betrokken in zaken die de patroon in behandeling heeft, hetgeen onder meer inhoudt:
- Het houden van een voorbespreking met de stagiaire, waarbij de patroon hem zijn mening geeft over de zaak en de te volgen tactiek;
- Het laten bijwonen van gesprekken met de cliënt en met de wederpartij;
- Het laten opstellen door de stagiaire van conceptbrieven en conclusies, die vervolgens door de patroon met de stagiaire worden besproken;
- Het gelegenheid geven aan de stagiaire om de behandeling van zaken bij (gerechtelijke) instanties, in het bijzonder van pleidooien, bij te wonen;
- Het bespreken van de uitspraak met de stagiaire.
BINNENPATRONAAT
Artikel 9
lid 1
Zodra de stagiaire zelfstandig zaken behandelt, controleert en bespreekt de patroon zoveel mogelijk dagelijks alle uitgaande correspondentie alsmede de door de stagiaire opgestelde processtukken. Voorts bespreekt de patroon regelmatig met de stagiaire de bij deze in behandeling zijnde zaken terwijl hij tevens toeziet op de voortgang daarvan.
Na verloop van het eerste half jaar is de patroon verplicht de in de vorige zin omschreven handelingen tenminste eenmaal per maand uit te voeren en verder voor zoveel als nodig wordt geacht door de patroon en/of stagiaire.
lid 2
De patroon ziet erop toe dat de stagiaire vóór zijn eerste pleidooi de gelegenheid heeft gehad om een pleidooi van de patroon dan wel van een andere ervaren advocaat bij te wonen.
lid 3
Regelmatig zal de patroon een pleidooi of mondelinge toelichting en/of handeling van de stagiaire bijwonen en nadien dat pleidooi of die mondelinge toelichting en/of behandeling met hem bespreken.
BUITENPATRONAAT
Artikel 10
lid 1
De Raad van Toezicht verleent de stagiaire overeenkomstig artikel 9b, lid 3 Advocatenwet juncto artikel 7, lid 1 van de Stageverordening slechts vrijstelling van de verplichtingen bij zijn patroon kantoor te houden indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
a) De stagiaire dient aan te tonen dat intensieve sollicitatieactiviteiten niet tot resultaat hebben geleid. Behoudens dringende noodzaak behoren sollicitaties niet tot één arrondissement beperkt te blijven. In beginsel zal de Raad van Toezicht geen relevante betekenis toekennen aan zogenaamde open sollicitaties.
b) De Raad van Toezicht is bevoegd om de stagiaire ontheffing te verlenen van de zoekplicht, als bedoeld hiervoor onder sub a, wanneer de stagiaire een advocaat is ingevolge het bepaalde in artikel 3 lid 1 sub e, f en g, alsmede het bepaalde in artikel 3 lid 2 van de Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking.
c) De Raad van Toezicht is voorts bevoegd om wegens bijzondere omstandigheden ontheffing te verlenen van de zoekplicht.
d) De betrokkene moet in beginsel zelf zorgdragen voor het vinden van een voor de Raad van Toezicht acceptabele patroon, die bereid is conform het bovenstaande als zodanig op te treden. De patroon dient tenminste zeven jaar als advocaat te zijn ingeschreven.
e) De beoogd patroon dient in hetzelfde arrondissement kantoor te houden als de stagiaire en wel binnen aanvaardbare afstand.
f) Er dient een schriftelijke bereidverklaring aanwezig te zijn van een patroon die in staat is aan de stagiaire leiding, voorlichting en raad te geven en die toezegt de bepalingen in dit reglement aangaande het buitenpatronaat te zullen naleven.
g) Er dient door de stagiaire aan de Raad van Toezicht een deugdelijk financieel overzicht, vergezeld van een toelichting, te worden overgelegd van de te verwachten inkomsten en uitgaven over de gehele stageduur, waaruit blijkt dat de praktijkvoering op financieel verantwoorde wijze kan geschieden. De stagiaire dient te beschikken over een vrij krediet of liquide vermogen ter hoogte van het bruto minimumloon over één jaar, vermeerderd met de praktijkkosten, eveneens over één jaar.
h) De stagiaire dient te beschikken over een behoorlijke praktijkhuisvesting, voorzien van een behoorlijke inventaris, voldoende vakliteratuur en doelmatige communicatiemiddelen. De praktijkhuisvesting dient gedurende normale kantooruren voor cliënt voldoende bereikbaar te zijn. Bij afwezigheid dient de stagiaire voor passende waarneming van de praktijk te zorgen.
i) Voorts gaat de Raad van Toezicht na of het risico van beroepsaansprakelijkheid van de stagiaire behoorlijk is verzekerd.
j) Er dient te zijn voorzien in een adequate arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de duur van de stage.
lid 2
De Raad van Toezicht is bevoegd nadere voorwaarden aan de in lid 1 genoemde voorwaarden toe te voegen, onder meer de voorwaarde dat de stagiaire, die begeleid zal worden door een buitenpatroon, kantoor zal houden bij een advocaat met voltooide stage.
lid 3
De Raad van Toezicht is te allen tijde bevoegd de in dit artikel bedoelde vrijstelling in te trekken indien aan één of meer van de gestelde voorwaarden niet wordt voldaan. Alvorens tot intrekking over te gaan hoort de Raad van Toezicht de patroon en de stagiaire.
Artikel 11
lid 1
Tussen buitenpatroon en stagiaire wordt de navolgende minimale bezoekfrequentie aangehouden:
- Gedurende het eerste stagejaar zal de patroon tenminste eenmaal per week het kantoor van de stagiaire bezoeken en de stagiaire tenminste eenmaal per weer het kantoor van de patroon.
- Gedurende het tweede stagejaar zal de stagiaire eenmaal per week het kantoor van de patroon bezoeken en de patroon eenmaal per twee weken het kantoor van de stagiaire.
- Gedurende het derde stagejaar zal de patroon de ene week de stagiaire op diens kantoor bezoeken terwijl de andere week de stagiaire de patroon op diens kantoor bezoekt.
- Afwijkingen van dit schema zijn mogelijk indien vooraf daarvoor goedkeuring is gevraagd aan de Raad van Toezicht en zich naar diens oordeel bijzondere omstandigheden voordoen die een afwijking rechtvaardigen.
lid 2
Bij de in lid 1 bedoelde bezoeken worden de kantoororganisatie en de praktijkuitoefening gecontroleerd en besproken alsmede de uitgaande post van de stagiaire en de door hem ingediende en in te dienen processtukken.
lid 3
De patroon bezoekt gedurende het eerste stagejaar tenminste driemaal, gedurende het tweede stagejaar tenminste tweemaal en gedurende het derde stagejaar tenminste eenmaal een optreden van de stagiaire in rechte. Na afloop evalueert hij dit optreden met de stagiaire.
lid 4
De patroon ziet erop toe dat de administratie van de stagiaire wordt bijgehouden en dat diens boekhouding blijvend voldoet aan de boekhoudverordening.
lid 5
De patroon rapporteert eenmaal per zes maanden door middel van een door de Raad van Toezicht ter beschikking gesteld formulier uitvoerig aan de Raad van Toezicht over zijn bevindingen. Daarin besteedt hij aandacht aan:
- de kwaliteit van de werkzaamheden van de stagiaire;
- het optreden van de stagiaire in woord en geschrift, zowel ten opzichte van de rechterlijke macht, de confrères, collega’s, de cliënten en de tegenpartijen;
- de inrichting van de administratie en boekhouding van de stagiaire;
- de naleving door de stagiaire van de verplichtingen uit de diverse verordeningen en de gedragsregels;
- de inrichting van het kantoor van de stagiaire;
- de samenstelling van de juridische bibliotheek van de stagiaire;
- de aard van de tekortkomingen die hij bij de stagiaire heeft geconstateerd;
- zijn oordeel omtrent de rentabiliteit en solvabiliteit van de praktijk van de stagiaire.
lid 6
De patroon ziet erop toe dat de jaarstukken van de stagiaire uiterlijk drie maanden na afloop van een kalenderjaar gereed zijn. De patroon vermeldt aan de hand daarvan in de eerstvolgende zesmaandelijkse rapportage, naast hetgeen hiervoor in lid 5 is genoemd, de globale financiële resultaten alsmede de afwijkingen ten opzichte van de bij de aanvang van de stage ingediende begroting.
HET VOLTOOIEN VAN DE STAGE (beëindiging / verlenging / opschorting)
Artikel 12
De Raad van Toezicht kan onverlet de bepalingen in de Advocatenwet omtrent opschorting en verlenging van de stage besluiten tot stageverlenging wanneer aan de bepalingen van dit reglement niet of niet behoorlijk is voldaan dan wel anderszins blijkt dat aan de stagiaire, gezien de opgedane ervaring, nog niet of onvoldoende in staat kan worden geacht zelfstandig een praktijk uit te oefenen. (NB.: Dit kan zich overigens ook voordoen in situaties waarin de stagiaire door ziekte of anderszins gedurende geruime tijd niet in staat is geweest om te werken).
Artikel 13
De stagiaire is bevoegd in deeltijd werkzaam te zijn. Met inachtneming van artikel 8, lid 2 Stageverordening 1988 stelt de Raad van Toezicht het minimum aantal uren dat de stagiaire per week praktijk uitoefent vast op 24 binnen de reguliere kantoortijd.
Ingeval er tijdens de stageperiode minder dan in voltijd – de Algemene Raad gaat uit van een 40-urige werkweek – wordt gewerkt, leidt zulks in alle gevallen tot naar rato verlenging van de stageperiode en derhalve latere afgifte van de stageverklaring.
Artikel 14
De stagiaire die aan alle eisen voor het afgeven van de stageverklaring voldoet, dient zijn stageverklaring binnen een daaropvolgende periode van maximaal twee maanden aan te vragen. Bij gebreke daarvan worden de bepalingen van de Permanente Opleiding geacht op hem van toepassing te zijn terwijl ook de vaststelling van de hoofdelijke omslag zal worden gerelateerd aan die van een advocaat niet-stagiaire. De Deken zal dit in disciplinair opzicht ook als uitgangspunt kunnen hanteren.
OVERGANGSBEPALING
Artikel 15
Voor stagiaires die vóór 1 oktober 2008 zijn beëdigd en in 2008 een aanvang hebben gemaakt met de beroepsopleiding, gelden de tot dan heersende gebruiken en de bepalingen van het voorafgaande reglement. Dit reglement treedt in werking op 1 oktober 2008.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement Middelburg van 22 september 2008.
Hiermee vervalt het voorgaande reglement.
Bijlage 1
Middelburg Stagereglement
2008
VERZOEK GOEDKEURING PATRONAAT
Verzoeker: mr. _________________________________________
Aankomend stagiaire: mr. _________________________________________
Beëdigingsdatum verzoeker: ____________________________________________
Reeds patroon over: mr. _________________________________________
Beëdigingsdatum stagiaire: ____________________________________________
Er is sprake van een: О binnenpatronaat
О buitenpatronaat
О binnen / buitenpatronaat
Begeleidt ___ juridische medewerkers
Ondergetekende verklaart dat hij/zij een exemplaar van het stagereglement aan de stagiaire heeft verstrekt en dit reglement met de stagiaire heeft besproken.
Ondergetekende verklaart dat hij/zij een P.O.-cursus voor patroons heeft gevolgd of binnen zes maanden na het begin van de stage zal volgen en het bewijs van deelneming aan de Raad van Toezicht zal overleggen.
Ondergetekende verzoekt de Raad van Toezicht om goedkeuring van opgemeld patronaat.
Datum: Handtekening
Retourneren aan:
De secretaris van de Raad van Toezicht
in het arrondissement Middelburg